Jack Russell Terriër

Terug
door RUUD
Een Jack Russell is een kleine gebruikshond. Hij komt oorspronkelijk uit Engeland. Het woord "terriër" komt van het Latijnse woord "terra" wat aarde betekent. Het werk van de hond was onder de grond te gaan om het wild uit het hol te stoten. Tegenwoordig wordt hij veel als huisdier gehouden. Dat kan omdat hij goed met kinderen overweg kan. Een Jack Russell heeft wel veel beweging nodig. Hij neemt niet snel genoegen met een kilometer. Je moet hem ook veel aandacht geven.
Engeland kent al een eeuwenoude jachttraditie waarbij de jacht op vossen deel uit maakt. Voor de vossenjacht werden honden gebruikt die het vossenspoor opzochten en vervolgens het spoor luidkeels gingen volgen. De jagers volgden de honden te paard en wisten zo soms na uren een vos te schieten. Het kwam geregeld voor dat een vos zich verstopte in zijn hol, zodat de honden hem niet te pakken konden krijgen. Op dat moment verscheen er voor dit specifieke probleem een gefokte terriër op het toneel. Deze terriër kon namelijk het vossenhol betreden dat soms wel meters onder de grond zit. Zodra de terriër de vos had gevonden bleef hij deze net zo lang aanblaffen tot hij zijn hol verlaat. De terriërs die voor de jacht op de vos gebruikt werden, werden working terriërs genoemd. Ook de fox terriër behoorde tot deze groep honden. Ondanks dat dit uitstekende jachthonden waren voor de vossenjacht genoten ze geen groot aanzien. Omdat ze de restjes voedsel kregen van andere rassen of zelf hun eten moesten zoeken, ontstond er bij dit ras een natuurlijke selectie op durf, doorzettingsvermogen, scherpte en jachtpassie.
Een groot liefhebber en fokker van de Foxterriër was de Britse dominee John Russell. Zijn bijnaam was Jack. Deze dominee werd geboren in het Engelse graafschap Devonshire in 1795. Hij was een sportief man die enorm veel van de jacht hield. In zijn Oxford-tijd had hij al een klein, wit terriër teefje gekocht, Trump genaamd. Dat was in 1819. Trump had een kleine bruine vlek op de staartwortel en een donkere vlek op beide oren. Trump wordt beschouwd als de stammoeder van Russells kennel. Jack Russell kocht ook allerlei kleine terriërs die geschikte werkeigenschappen hadden. Het was Jack zijn bedoeling om terriërs te kweken die uitblonken in moed maar geen overmoed. Ze moesten de vos uit zijn hol jagen en luid blaffen. In 1826 trouwde Russell met Penelope Bury, een vrouw die veel van de jacht hield en haar man volledig steunde. Toen de bisschop oordeelde dat zijn interesse voor zijn honden te groot werd, liet Russell zijn meute overschrijven op de naam van zijn vrouw. Russell's passie voor honden werd hierdoor nog aangewakkerd. De honden die Russell bezat waren niet anders dan de gewone Foxterriër uit die tijd. Hij had zowel ruwharige als gladharige exemplaren met dit verschil dat hij de staart niet coupeerde. Zijn honden blonken uit in moed en jachtpassie. De werkkwaliteiten waren voor hem belangrijker dan het uiterlijk. Hij fokte dan ook selectief op het karakter. Omdat de honden ook bedreven moesten zijn in het vangen van muizen en ratten werden ze gekruist met andere rassen, ondermeer de kortbenige Sealyham Terriër. Daardoor werd de werkterriër kleiner dan de oorspronkelijke werkterriër van Jack Russell. Later werd deze werkterriër Jack Russell genoemd.
De Jack Russell Terriër is door zijn vrolijke en levendige aard een geliefd hondje waar veel mee gedaan kan worden. Deze kleine terriër is een bijzondere kindervriend en is altijd voor een geintje te porren. Als huishond kan hij goed uit de voeten. Een Jack Russell die zich verveelt kan een ware sloper worden en misschien uw konijnen, kippen of uw meubilair onder handen gaan nemen. Het is een beetje een werkhondje, maar wordt nu eigenlijk als huishond gebruikt.
Probeer een Jack Russell niet te veel te wassen. Ze hebben onder hun haartjes een beschermlaag en door veelvuldig te wassen tast je deze aan. De nageltjes moeten niet veel bijgeknipt worden als uw hond veel beweging heeft. Want door het vele lopen slijten de nageltjes vanzelf af. De oogjes kan soms eens schoonmaken met speciale druppeltjes of een beetje rozenwater. Je moet de hond ook niet vaak borstelen omdat ze kortharig zijn, maar af en toe met de handschoen borstelen kan heus geen kwaad. Integendeel, daar zullen ze meer van glimmen.
Mensen zeggen vaak dat een Jack Russell niet kieskeurig is, maar mijn hondje lust bijna niets. Je moet een Jack Russell 2 keer per dag eten geven. 's Ochtends wat brokjes en 's avonds blikvoer van bijvoorbeeld Pedigree of een dagmenu van bijvoorbeeld Bonzo of Friskies. Wij kopen altijd het eigen merk van de Vomar of van C1000
Voor de herkomst van de Jack Russell gaan we terug naar de vossenjacht in Engeland omstreeks de negentiende eeuw. Voor die vossenjacht werd gebruik gemaakt van de Foxterriër. Een oorspronkelijk landras dat in diverse vormen over heel Groot-Brittannië verspreid was.